Afscheid

2 juni 2017

Op 15 juni trekt Erik Volders voor het laatst de deur van ELANN/ROS achter zich dicht: “Na meer dan tien jaar wordt het tijd voor iets anders.”’

Hij kijkt terug op zijn tijd bij ELANN/ROS en vertelt over zijn plannen voor de toekomst:

Het begin

Het kwam heel mooi bij elkaar, in 2006. Ik was net afgestudeerd en op zoek naar een baan in de gezondheidszorg, en ELANN was net opgericht en op zoek naar een junior adviseur met een bedrijfskundige achtergrond. De functie van ROS moest nog vorm krijgen en het onderscheid tussen ELANN- en ROS-taken was minder strak dan nu.

Er was veel interactie met zorgverleners. Het viel me op hoe hun taal verschilde van die van de zorgverzekeraar. Waar zij gericht waren op het hier en nu en de dagelijkse praktijk, was het beleid van de zorgverzekeraar toekomstgericht en overkoepelend. Men had vaak moeite om elkaar te verstaan en te begrijpen. Ik sprak beide talen en speelde een verbindende rol. Ik kon naar beide kanten een vertaalslag maken.

Relatie zorgverzekeraar

In Groningen hebben wij altijd wel een goede relatie met de zorgverzekeraar gehad. Door de jaren heen heb ik op landelijk niveau de relatie tussen degenen die de zorg moeten verlenen en zij die hem moeten vergoeden zien veranderen. Landelijk hoor je wel geluiden dat huisartsen niet meer weten wie ze moeten hebben of wie waarvoor verantwoordelijk is. Dan doen we het hier in Groningen netjes: Etty ter Steeg komt langs bij ons Eerstelijnsoverleg en binnenkort zitten we weer met een aantal huisartsen en medewerkers van Menzis om de tafel. Menzis heeft vaker bij beleidsveranderingen zorgverleners geconsulteerd. Het beleid werd met die lokale kennis aangescherpt en verbeterd en was meer op de regio geënt. Dat maakt je als regio krachtig. Het zou mooi zijn als dat zo blijft.

Samenwerkingsverbanden

Met de opkomst van samenwerkingsverbanden, zoals de zorggroepen, de coöperaties en de gezondheidscentra, is er veel veranderd.

Als bedrijfskundige weet ik: opgelegde samenwerking is nooit goed. Dat is ook een lans die ik wil breken voor de ROS functie: wij werken vanuit de drijfveren van zorgverleners. Het is mijn stellige overtuiging, dat de mensen die het werk moeten doen, zélf moeten kiezen voor samenwerking, omdat samenwerking hun leven leuker en makkelijker maakt.

Onafhankelijke ondersteuning

De ondersteuning van samenwerkingsverbanden is nog altijd onderdeel van ons werkplan. Dat moet je als ELANN/ROS ook niet opgeven: het is de basis. De ervaring heeft geleerd dat het organiseren van samenwerking tussen zorgverleners veel baat heeft bij ondersteuning door een onafhankelijke partij, die boven de belangen van de samenwerkende partijen staat. Het aanjagen van samenwerking, het begeleiden ervan, dat is en blijft een kerntaak van de ROS. Juist de  samenwerkingsverbanden die er goed over hebben nagedacht en die weten dat er aan samenwerking keuzes kleven (wat geef je op en waarvoor blijf je zelf verantwoordelijk), lopen goed. Die zijn zich bewust van de meerwaarde van het feit dat je samen optrekt.

Meer samenwerking

In mijn ogen kan de eerste lijn niet zonder méér samenwerking.  Als zorgverlener moet je blijven investeren in samenwerking op alle niveaus: met de lokale eerste lijn, met je collega en je concullega, maar ook met aanpalende sectoren, met je gemeente, met je buurtwelzijnswerker. We gaan toch toe naar een gezondheidszorgsysteem dat kijkt naar wat het nou uiteindelijk allemaal voor de patiënt heeft betekend. Als je toch ziet hoeveel er nog langs elkaar heen wordt gewerkt en hoeveel niet zinnige zorg er nog wordt geleverd. Je kunt zoveel méér halen uit samenwerking, en helemaal als je zo’n beetje dezelfde populatie bedient.

Daar komt bij dat als je elkaar als eerste lijn niet iets gunt, je het risico loopt in de toekomst beconcurreerd te worden. Waar instellingen er, met hun bestuur en stafafdelingen, goed op toe zijn gerust om met ontwikkelingen, machten en krachten om te gaan, moeten praktijkhouders het daar allemaal zonder doen. Juist daarom moeten zij de gelederen sluiten op het moment dat dat nodig is. Het is goed dat organisaties als ELANN/ROS, ELANN en GHC de eerste lijn in Groningen zichtbaar en krachtiger maken.

Als je zorgverleners met verschillende achtergronden bij elkaar in een zaaltje zet, ontstaan er de leukste dingen. Ik heb dat gezien in de tijd van de Beweegkuur. Daar bleken de huisarts en de POH, de fysiotherapeut en de diëtist elkaar vaak niet te kennen, ook al werkten ze in dezelfde wijk of hetzelfde dorp. Uiteindelijk werd de Beweegkuur net niet opgenomen in de basisverzekering en was dat het einde van het project, maar die groepjes zien elkaar nog steeds. Zij hebben geproefd hoe het is om met elkaar samen te werken en hun verantwoordelijkheid voor een patiënt te delen. Het geeft ze energie.

Andere rol

Deze weken rond ik mijn werk voor ELANN/ROS af. Na meer dan tien jaar wordt het tijd voor iets anders. Dingen zijn op hun plek gevallen. In 2012 trokken mijn vriendin en ik drie maanden door Zuid-Amerika. We werden gegrepen door het reisvirus en namen ons voor dat beslist nog eens te doen. We trouwden, kregen een dochter en een zoon en beseften ons dat als we wat wilden het óf nu óf pas rond ons 50e zou kunnen. We hebben besloten het nu te doen. We hebben allebei onze baan opgezegd en trekken de komende maanden met ons gezin door Azië. Daarna pakken we ons werkzame leven weer op.

Het is goed om even afstand te nemen. Ik zie mezelf wel binnen de gezondheidszorg blijven. Ik heb passie voor de zorg en voor de zorgverleners. Ik begrijp ze goed én ik kan kritisch op ze zijn. Ik kan door een andere bril naar hun opgaven kijken. Die vlam brandt nog steeds, maar ik ben eraan toe om dat in een andersoortige rol te doen. Misschien als manager of door op projectmatige basis in te vliegen bij verschillende zorgverleners en daar mee te denken en mee te helpen, dat weet ik nog niet. Maar het is de rol, die ik wil veranderen. De sector boeit me nog steeds mateloos, die laat ik niet los.