Alleen de laatste jas heeft geen zakken

23 april 2014

Over huisdokters, wijkzusters en de circle of life.

Column van Bert Westerink

Toen in 2002 in het pittoreske Nieuwolda geen opvolger beschikbaar bleek voor de dorpsdokter, bezorgde dat de bewoners het gevoel alsof de laatste school sloot… Het gevoel dat de toekomst elders lag. Dus trok de dorpsraad naar het provinciehuis waar ene Henk Bleker gedeputeerde van zorgbeleid was. “Ik ga niet over de aanstelling van huisdokters”, sprak Henk, “maar wel over de leefbaarheid van het platteland." Dus wilde de gedeputeerde weten waarom de Nieuwolder dokter niet kon worden opgevolgd, en of zoiets op meer plaatsen te verwachten was. Als je wist waarom, lag daar immers de sleutel tot een oplossing. Dus volgde een onderzoek. Het leverde een klinkende conclusie op: de huisarts ziet zichzelf teveel als oplosser van alle problemen. Hij (destijds met name een ‘hij’) moet zichzelf meer als schakel zien in de keten van de zorg.

Heden ten dage is dat een open deur, want er is in ruim tien jaar ongelofelijk veel gebeurd. Echter, destijds viel tijdens de onderzoek-interviews zeer veel teleurstelling te beluisteren. Een huisarts klaagde dat het allemaal een gevolg was van het afschaffen van de wijkverpleegkundige.

Dat klonk alsof dat afschaffen de huisarts door iets of iemand was aan gedaan.

Maar zo was het helemaal niet. Aan die huisarts waren enkele maatschappelijke ontwikkelingen ontgaan. Een vaste mevrouw die voor de huisarts de patiënten in het dorp of de wijk per fiets bezocht, dat was vooral voor de solistisch werkende huisarts een rots in de branding. Toch verdween die vaste partner van de huisarts in de loop der tijd. Niet omdat de zorg niet goed verleend werd, of omdat iemand haar ‘afschafte’, maar door de wens om parttime te kunnen werken. Een vaste wijkverpleegkundige voor een huisarts, dat viel niet meer te organiseren. Veel mannelijke huisartsen zagen die ‘tekenen des tijds’ niet. Ze lieten zich overrompelen. En een verandering die je niet aan ziet komen, dat is al gauw een bedreiging. Maar dat hoefde helemaal niet; parttime werken is al lang geen bedreiging meer. Uit de Nieuwolder nood kwam een prima deugd voort: de naburige dokter werd er ‘parttimer’. Mogelijk gemaakt door de inzet van een ‘verlengde arm’, de verpleegkundig praktijkondersteuner.

En nu is er de Kamerbrief ‘Samenhang in zorg en ondersteuning’ van minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn. En wat valt daar te lezen in hoofdstuk 2…? “De wijkverpleegkundige krijgt een brede generalistische rol in de zorg thuis. Dat als onderdeel van de bredere eerstelijnszorg, samen met de huisarts en andere zorgprofessionals. De verpleegkundige zal bepalen wat de cliënt nodig heeft. Zij hoeft niet de zorg zelf uit te voeren, maar coördineert de zorg rondom de patiënt. De wijkverpleegkundigen krijgen de ruimte om zelf in te schatten hoeveel tijd er nodig is voor een cliënt. Dus geen ‘uurtje-factuurtje’ meer, zo staat in de brief: ‘de verpleegkundige in een nieuwe jas, zonder stopwatch’.”

In het leven keren we niet alleen tot stof, maar ook tot beproefde concepten weder… zij het in nieuwe jasjes. Maar een bedreiging is dat niet, want die jasjes hebben zakken. Het is de ‘circle of life’.