De 23 Groninger gemeenten hebben de jeugdzorg geregeld

6 november 2014

Met de ondertekening van de zorgcontracten 2015 is de voorbereiding van de transitie jeugdzorg afgerond. Het komende jaar moet blijken hoe de voorgestane veranderingen in de praktijk uit gaan pakken.

Met de ondertekening op 5 november van de zorgcontracten 2015 is de voorbereiding van de transitie jeugdzorg afgerond. Per 1 januari wordt zo goed als alle zorg voor niet-somatische klachten bij de jeugd door gemeenten gefinancierd en geregeld. Daarmee wordt de gehele jeugdzorg en jeugd-GGZ lokaal geregeld en aangestuurd.

Over het algemeen is men het er wel over eens dat de jeugdzorg niet goed functioneerde. Menig zorgverlener zag zich geconfronteerd met de verkrampte bureaucratie, die de sector in bezit had genomen. Dat zal doorbroken worden. De transitie past in de grote beweging die momenteel gaande is van ‘specialistische zorg op afstand’naar ‘generalistische zorg dichtbij’. De wijkzorg staat met de terugkeer van de wijkverpleegkundige in 2015 op hetzelfde punt en de GGZ is hier dit jaar al in voorgegaan (met een onstuimige opmars van POH GGZ voor alle lichte GGZ problematiek tot gevolg).

Het probleem zit hem in de gelijktijdige bezuiniging op de jeugdzorg (dit jaar 10% en de komende jaren nog enkele tientallen procenten). De Groninger gemeenten hebben voor 2015 alle hen bekende zorgaanbieders voor jeugdzorg gecontracteerd en de 10% bezuiniging gelijkelijk over hen verdeeld. Voor huisartsen is dit goed nieuws: zij kunnen blijven verwijzen zoals ze gewend zijn. En juist daar zit voor de gemeenten de pijn. Zij hebben geen directe zeggenschap over het verwijsgedrag van de huisartsen, maar draaien wel op voor de kosten. Als een huisarts elk kind met druk en dwars gedrag standaard doorstuurt naar de specialistische GGZ voor diagnostiek, dan mag dat, maar de gemeente zal er niet blij mee zijn. Verwacht wordt dat dit spanningsveld zich het komende jaar manifesteert en dat de gemeenten zullen willen gaan experimenteren met goedkopere vormen van zorg voor jeugd en betere samenwerking tussen eerstelijnszorg, Centra voor Jeugd en Gezin en sociale wijkteams. Behalve een verlaging van de kosten is het tevens het doel om de problematiek eerder en efficiënter aan te pakken. Een traditionele win-win situatie? We zullen zien.

De 23 gemeenten hebben de jeugdzorg in theorie geregeld, maar de praktijk zal weerbarstig zijn. Hopelijk kunnen we volgend jaar rond deze tijd op z’n Gronings zeggen: “het kon minder”.