De feminiene acceleratie

14 december 2015

Over confronterende jagers en verbindende verzamelaarsters. Column van Bert Westerink.

Half december berichtte het Sociaal Cultureel Planbureau over de staat der Nederlanders. Zo’n rapport waarvan ik in eerste aanleg denk ‘mij is anders niks gevraagd’. Maar als je het mag geloven zijn Nederlanders tevreden over het leven in het algemeen. Zorgen hebben ze over de toekomst: zij geven hun eigen situatie een 7,8, maar vrezen dat de volgende generatie het moeilijker krijgt. Los van enkele specifieke groepen, altijd nog een vijfde van de bevolking, wordt de tevredenheid volgens een persbericht bepaald door de goede gezondheid, stijgende levensverwachting en opleidingsniveau. “Dat laatste geldt vooral voor meisjes. In het onderwijs is de voorsprong van jonge vrouwen (25-34 jaar) op hun mannelijke leeftijdgenoten de afgelopen tien jaar verdrievoudigd.”

Oef mannen..! Staat hier wat er staat?! Is er in deze trits een verband tussen goede zorg  en stijgende levensverwachting enerzijds, en de opgaande lijn in het opleidingsniveau van vooral vrouwen anderzijds? In dat geval stelt dat de voortgaande feminisering van de gezondheidszorg in een bepaald licht. Het zou de conclusie rechtvaardigen dat het knapste (qua intelligentie voeg ik er voor sommige mannelijke lezers maar even aan toe) deel van de bevolking de zorg domineert. En nu dat deel alsmaar intelligenter wordt, zou de feminisering van de zorg garant staan voor verdere stijging van goede gezondheidszorg en navenant onze levensverwachting.

Misschien heeft die feminiene acceleratie niet zozeer met intelligentie als zodanig van doen, alswel met de combinatie van intellect en intuïtie. In de huidige fase van de evolutie is overleven immers vooral een kwestie van netwerk-vaardigheden. ‘Verzamelaar(ster)s’ zijn daarvoor meer gekwalificeerd dan ‘jagers’. De laatsten hanteren wapens en die confronteren, waar verzamelaar(ster)s juist verbinden.

Zouden mannen zich aan die nieuwe werkelijkheid moeten aanpassen? Mmmm.. Op de keper beschouwd zie ik eigenlijk weinig aanleiding voor zorgen. Ook als man/jager zijnde zeg ik: tot zo’n toekomst laat ik me (weer) ouderwets verleiden.