Gemeenten en de eerste lijn: de aanpak van Delfzijl

18 december 2014

Gemeenten en de eerste lijn, het blijft een verkenningstocht. Een positief voorbeeld is Delfzijl: daar gingen de huisartsen onlangs in op het verzoek van de gemeente om een gesprek.

Als ROS-adviseurs worden we regelmatig uitgenodigd om bij ontmoetingen tussen gemeenten en de eerste lijn aan te schuiven. Met de overdracht op 1 januari van jeugdzorg en AWBZ-taken naar de gemeenten is er dan ook genoeg om te bespreken. Ook voor ons, omdat de taak van de ROS’ en naar het zich laat aanzien wordt verbreed, doordat ook de wijkzorg tot onze doelgroep gaat behoren.

In onze provincie kunnen we echt spreken van couleur locale. De ene gemeente investeert al geruime tijd in de relatie met de eerstelijn, de andere maakt er soms een potje van. Een positief voorbeeld is de gemeente Delfzijl. Daar gingen de huisartsen onlangs in op het verzoek van de gemeente om een gesprek. De huisartsen vroegen ons om aan te schuiven. Met twee wethouders en de burgemeester gaf het college van B&W te kennen het gesprek serieus te nemen.  Nou wordt dat ook verklaard doordat in Delfzijl nog een extra opgave speelt, namelijk hoe het vertrek van Delfzicht kan worden aangegrepen om deze zorgvoorziening in moderne vorm te continueren. In het NOG-beter traject van Menzis is dit een belangrijk thema. De kwestie Sionsberg te Dokkum illustreert nog maar eens hoe belangrijk het is dergelijke ontwikkelingen niet op zijn beloop te laten. Vanuit NOG Beter wordt het initiatief voor innovatieve vormen van zorgaanbod bij de huisartsen gelegd. Vandaar de wens van Delfzijl voor dit gesprek. De huisartsen gaven te kennen ervoor open te staan om over hun rol en visie na te denken en hebben ons gevraagd hierin te ondersteunen.