Internationaal huisartsenduo praktiseert in Delfzijl

13 juli 2016

Destijds bracht de liefde hen naar Nederland. Nu bestieren Anja Karg (DL) en Joanne Webster (ENG) samen een huisartsenpraktijk in het noorden van Groningen. Een opmerkelijke samenwerking.

Joanne Webster (l) en Anja Karg (r) Joanne Webster (l) en Anja Karg (r)

Joanne: Ik heb de huisartsopleiding in Engeland gedaan en ben, toen ik hier kwam wonen en werkervaring had opgedaan, als huisarts aan de slag gegaan. Eerst als waarnemer, later in loondienst om daarna een praktijk over te nemen. In die tijd was er echt sprake van vrij verkeer van professionals binnen de EU, inmiddels is dat meer gereguleerd. Na een tijdje merkte ik dat ik graag de verantwoordelijkheid wilde delen: ik had inmiddels een gezin en een boven-normpraktijk. Toen kwam Anja in beeld.

Anja: Ik was in verwachting van mijn tweede kind, toen ik in de regio Delfzijl kwam wonen en had de huisartsopleiding in Nederland bijna afgerond. Een gemeenschappelijke kennis, die weet had van de vacature in Delfzijl, bracht mij bij Joanne onder de aandacht. Na een eerste belletje ging het allemaal snel.

Patiënten en collega’s (toen allen heren) reageerden enthousiast en gastvrij op de komst van beide dokters. Daar droegen de open houding van de Delfzijlsters, de kennismaking met de collegae via waarneemwerk, hagro- en wagrovergaderingen en de setting van de praktijk (in een HOED) aan bij. Belemmeringen bleken schaars en een unieke huisartssamenwerking kreeg gestalte.

Een aanvullende manier van dokteren

De gemiddelde afstuderende huisarts aan de huisartsopleiding is vrouw en moeder. Parttime werken (3-4 dagen) wordt steeds meer toegepast in werkverband, zo ook in de huisartsenzorg middels gedeeld praktijkhouderschap. Hoe bevalt dit?

Anja: Samen eindverantwoordelijk zijn is prettig en uitdagend tegelijk. Geen mens is hetzelfde dus je zult elkaar moeten leren kennen en vertrouwen in elkaar moeten hebben. Daar hebben we ook de tijd voor genomen. Inmiddels plukken wij de vruchten, want we blijken erg complementair te zijn. Binnen de zorg kunnen wij patiënten verschillende persoonlijke benaderingen bieden. We hebben wekelijks afstemming en intervisie met elkaar. We verdelen taken onderling op basis van onze eigen voorkeuren en kwaliteiten. Ook al zijn we het soms op details oneens, we streven wel eenzelfde wijze van dokteren na.  

Joanne: Alle verantwoordelijkheden van het praktijkhouderschap doen een groot beroep op je. Het is dan erg fijn om iemand echt naast je te hebben staan die meedenkt en medeverantwoordelijkheid neemt, zonder dat dit je stuurloos maakt of tot tweedracht leidt. Wat ik prettig vind is het samen optrekken in complexe en soms moeilijke besluiten rondom de praktijk. Daar kunnen wij elkaar in ondersteunen en een completere afweging maken. We moeten het immers samen eens zijn. Maar  ‘look before you leap’ oftewel bezint eer ge begint, want je gaat echt een intensieve en verstrekkende verbintenis met een collega aan. Als het in de samenwerking klikt, kun je bijvoorbeeld met een gerust hart op vakantie gaan want je weet precies bij wie je de praktijk achterlaat. Dat is in mijn geval trouwens actueel, want ik neem een langere periode verlof om met mijn gezin naar de UK te gaan.

Huisartsenzorg in NL: uniek?

Beide dames maakten niet enkel en alleen uit gelegenheid de stap naar de Nederlandse gezondheidszorg. De Nederlandse huisartsenzorg stond (en staat) in het buitenland in hoog aanzien.

Joanne: De huisartsenzorg in Nederland is niet te vergelijken met die in Engeland. Ondanks dat de rol van ‘General Practitioner’ in hoofdlijnen lijkt op die van de huisarts, is de positie van deze zorgprofessional in het Britse zorgstelsel enigszins verwaterd. Patiënten maken makkelijker de stap om meteen naar het ziekenhuis te gaan. In Nederland is de huisarts echt gepositioneerd als ‘gatekeeper’ (poortwachter) en kennen huisartsen over het algemeen hun patiënten en hun omgeving goed. Er is nog sprake van een echte vertrouwensrelatie tussen huisdokter en patiënt. Ik merk wel dat, door alle zorg die de afgelopen jaren aan de eerstelijnszorg (en in het bijzonder aan de huisartsenzorg) is toegevoegd, de rek er een beetje uit is ondanks dat wij als duo veel werk met elkaar kunnen onderverdelen.

Anja: Dit onderwerp raakt mij, want in de afgelopen tien jaar is het vak toch wel enorm veranderd. Niet altijd ten goede gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen. Huisartsen hebben er enorm veel verantwoordelijkheden bij gekregen, zowel zorginhoudelijk als organisatorisch. Het is een grote uitdaging om alle ballen in de lucht te houden, waarbij ik mij afvraag of de marktwerking daarin een bevorderlijke factor is. We zijn primair opgeleid om patiënten te zien en het juiste zorgtraject vast te stellen. De poortwachtersfunctie komt onder druk te staan door het toenemende aantal zorgtaken dat richting de eerste lijn gaat. Onze samenwerking verlicht gelukkig wel de druk enigszins.

Tips en trucs voor goede samenwerking?

Het gedeelde praktijkhouderschap lijkt één van de blauwdrukken voor de toekomstige huisartszorg te zijn, parttime werken is steeds meer gangbaar en de werkzaamheden in de eerste lijn dijen uit. Hebben jullie nog wat aan te reiken voor dokters die eenzelfde opzet nastreven?

Anja: Bezie vooraf of je dezelfde missie, visie en doelstellingen hebt met de praktijk. Je gaat immers samen leiding geven aan een bedrijf, dan moet je ook duidelijk zien te krijgen of je dezelfde doelen nastreeft en dezelfde verwachtingen van het vak hebt. Überhaupt is het verstandig om elkaar te leren kennen in een gelijkwaardige setting, als voorbereiding op het gezamenlijke praktijkhouderschap. Dit vergt ook een andere manier van communiceren. Huisartsen zijn zeer autonoom en perfectionistisch opgeleid, maar in een duo constructie moet er ruimte en respect zijn voor verschillende persoonlijkheden en benaderingen. Spreek ook eerlijk je twijfels, frustraties en eigen standpunten naar de ander uit. Je hoeft zeker geen goede vrienden van elkaar te zijn om professioneel met elkaar te kunnen samenwerken. Er moet wel wederzijds respect, openheid en een goede collegiale verstandhouding zijn.  

Joanne: Alle tijd die je voorafgaand aan de keuze voor gedeeld praktijkhouderschap besteedt, bespaart je veel beslommeringen nadien. De keuze voor een associé maak je doorgaans niet vaak.  Neem dus geen overhaaste besluiten, je gaat min of meer een tweede huwelijk aan. Laat je begeleiden en coachen bij het proces om tot een bepaalde persoon en een bepaalde samenwerkingsconstructie te komen. Weeg zorgvuldig de voor- en nadelen van een partnerschap af tegen een volledig autonome en onafhankelijke uitoefening van het beroep. Ga daarbij uit van je eigen kracht en zoek vooral naar attributen in de ander waar jij minder aanleg voor hebt. Dan is er uit de onderlinge samenwerking veel te halen.