Vreemde eend

27 augustus 2015

Over kikkers, kruiwagens en keurslijven. Van de hand van Bert Westerink.

Van eerstelijners wordt wel gezegd dat het net kikkers zijn.  ‘Uit een kruiwagen springende kikkers’, om precies te zijn. Aan ondersteuners de taak om hen daar (weer) in te krijgen. Zorg moet immers ‘integraal’ geboden worden.

In het decennium dat ik organisatieadvieswerk in de eerste lijn verricht, kwam deze metafoor vaak voorbij. Hoe beleven eerstelijners die vergelijking eigenlijk? Ik ben het nooit nagegaan. Reden voor een stukje dat de gedachtewisseling zo nodig kan openen.

De oorsprong voor dit ‘dieren-thema’ ligt in de eerste week van augustus. Tegen zes uur zag ik op het parkeerterrein achter het Certe-gebouw (Damsterdiep) een vreemde vogel. Helemaal zwart tot metallic blauw met -zichtbaar toen ‘ie opvloog- rood onder de staart. Een roodstaart zou je zeggen, maar ik ken alleen de gekraagde, en die ziet er anders uit. Thuis bood de Vogelgids een optie: de zwarte roodstaart.  Googelen op dat species beëindigde elke twijfel:  Phoenicurus ochruros.

Nou zou ik nog niet over dieren zijn begonnen, als ik een dag (!) later niet een anekdote hoorde over huisartsen en dieren. Van een oud-DHV directeur uit Drenthe. Hij had ooit voor aanvang van een ledenvergadering een eerste, onbekende bezoeker zien plaatsnemen in de zaal. Diegene was na de opening van de vergadering en de verwelkoming van de  leden gaan staan, met de vraag of hij het goed had dat hij niet bij de Duiven Houders Vereniging was aanbeland.

Nou ja, geen duiven of ‘vreemde vogels’ dus, maar een connectie met kikkers.  Bij nader inzien hoeft dat helemaal niet als een belediging te worden opgevat. Het is gewoon oké dat vrijgevestigde (para)medici hun autonomie koesteren, en zich in een ‘kruiwagen’ niet thuis voelen als die een keurslijf blijkt! Bovendien, kikkerleven is een bevestiging van schoon water, ze zijn behendig en hebben sinds Kermit een hoge aaibaarheidsfactor. Niks mis mee.