De DTO in de praktijk
De cliënt die zich (rechtstreeks) heeft aangemeld, wordt eerst zorgvuldig gescreend door de oefentherapeut. Deze screening moet aan het licht brengen of de cliënt met zijn klachten bij de oefentherapeut inderdaad aan het juiste adres is. Wanneer het een aandoening betreft waarvoor oefentherapie (nog) niet is geïndiceerd, dan krijgt de patiënt het advies om alsnog naar de huisarts te gaan. In alle andere gevallen volgt stap twee, waarin de oefentherapeut nader onderzoekt of oefentherapie voor de betreffende cliënt zinvol is. Zodra dat vaststaat, maakt de oefentherapeut met de patiënt concrete afspraken over bijvoorbeeld de aard, de start, de duur en het te bereiken doel van de behandeling.
De oefentherapeut heeft een eigen verantwoordelijkheid in het benaderen en screenen van cliënten en dient terugkoppeling en overleg te voeren met de betreffende huisarts.
Voor wie is DTO?
In principe geldt de directe toegankelijkheid voor iedereen in Nederland. Er zijn geen voorwaarden aan de DTO verbonden, dus het maakt in principe niet uit wat de zorgvraag is of wat de klachten zijn. Het is mogelijk dat niet elke zorgverzekeraar de DTO vergoedt.
Rol huisarts bij DTO
De verwijsfunctie die de huisarts bekleedde vervalt met de invoering van de DTO. Wel blijft het voor de huisarts van belang op de hoogte te zijn van het zorgaanbod van de oefentherapie Cesar en Mensendieck. Zo kan de huisarts zijn of haar patiënten op correcte wijze informeren over de inhoud en de rol van de oefentherapeutische behandeling.
Meer informatie?
kijk voor meer informatie over de DTO en de oefentherapie in de provincie Groningen op www.oefentherapeutengroningen.nl